Het provinciaal secretariaat van KSJ verhuist naar een nieuwe locatie, een aangekochte rijwoning met garages en pakhuis in een binnengebied. Van conglomeraat naar herkenbare monolieten:het bestaande pand met voor- en achterhuis wordt ‘ontpit' door het verwijderen van aanbouwen en golfplaten garage. Twee artificiële tuinen (patio en daktuin) fungeren als bindmiddel tussen de twee herkenbare sferen. Het voorhuis wordt benut als opbrengsteigendom met doorsteek. Het bestaand pakhuis wordt gestript tot op het casco en ingevuld met een ‘georganiseerd' boeltje, een informele ‘Sesamstraat' organisatie van komen en gaan.