Drie jeugdbewegingen (chiro-ksj en scouts) krijgen elk een nieuw lokaal. Het ontwerp probeert de gebouwen expliciet deel uit te laten maken van het polderlandschap en de polder onderdeel te laten worden van de gebouwen. Door de bestaande percelering te benutten, krijgt elke vereniging zijn plekje in een soort subcultuurlandschap en wordt de nodige aandacht besteed aan de ‘modus vivendi' tussen de drie verenigingen, Bufferzones zorgen voor kruisbestuiving en overlap en herbergen maatregelen (windmolen/rietvijver) voor een autarktisch beheer van het complete terrein. De lokalen zijn ontworpen als permanente tentenkampen rond een patio, als beschutting tegen de weidsheid van de polder.